Benjamin Renner over De grote boze vos

  • 19/12/2018
  • W Interview
  • W Productie

Wat doe je nadat je met Ernest & Celestine een meesterwerk hebt gemaakt? Ga je voor nog groter, nog ambitieuzer? Benjamin Renner en Patrick Imbert gooien het resoluut over een andere boeg met hun compilatie van drie korte, hilarische verhalen. Op het platteland leidt De grote boze vos je rond langs de moestuin, het boerenerf en het bos, waar het vossenhol onderdak biedt aan een would-be schurk, een grote muil met een klein hartje.

Benjamin Renner, co-regisseur van De grote boze vos en auteur van het stripboek waarop de film is gebaseerd, geeft meer uitleg over…

… zijn strip.

Benjamin Renner: Als kind had ik altijd een potlood op zak waarmee ik kleine figuurtjes schetste. Als ik met een verjaardag weer eens geen geld of inspiratie had, gaf ik aan familieleden korte, gepersonaliseerde stripverhaaltjes cadeau. Daarin doken vaak dezelfde boerderijdieren op: een konijn, een eend,… Zo schreef ik “Un bébé à livrer” om mijn broer te feliciteren met de geboorte van zijn eerste kind. Dat verhaal over een luie ooievaar die een baby dumpt op een boerenerf, zit nu in de film. Tijdens mijn jeugd werd ik ondergedompeld in de fabels van La Fontaine, verhalen waarin dieren de plaats innemen van menselijke figuren. In mijn strips is het varkentje een goedzak, de eend een druktemaker en het konijn ietwat onbesuisd.


… het personage van de grote boze vos.

Benjamin Renner: Toen ik klein was, nam mijn vader me mee naar een boerderij. Er stond een broedmachine vol kippeneieren, die op punt stonden om uit te komen. Dat wilde ik zien! Maar mijn vader dreigde dat als de kuikens mij als eerste zagen, ze zouden denken dat ik hun moeder was. En dan moest ik hen opvoeden. Voor zulk alleenstaand ouderschap voelde ik me nog niet klaar. Toch vroeg ik me af: als ik adoptievader zou worden van een stel kuikens, zou ik hen dan opvoeden als kippen of als mensen? En wat als een vos gedwongen zou worden om kuikens groot te brengen?


… de evolutie van strip tot film.

Benjamin Renner: Wat werkt op papier, werkt niet altijd in animatie. Sommige personages moesten beter afgelijnd worden. In de strip zijn de kuikens niet meer dan kleine, witte balletjes. In de film krijgen ze een eigen identiteit: verlegen, energiek, ijdel,… We bewerkten het stripverhaal tot een animatic, waarin we meteen zagen welke gags moesten bijgeschaafd worden. Voor de actiescènes kozen we voor een Tex Avery-achtige aanpak. De humor baseerden we meer op theateracts dan op de typische animatiefilmclichés.

De expressie in mijn strips vertrekt vanuit een vrij rauwe, spontane schriftuur, met strakke grafische codes. Bijvoorbeeld, de personages worden altijd voor driekwart getekend en nooit volledig. De neuzen worden altijd op dezelfde manier geplaatst, zelfs wanneer twee personages in profiel met elkaar praten. Daarom heb ik voor de hele film de poses van de personages zelf gedefinieerd. Voor elke scène tekende ik de begin-, midden- en eindposities.


… het samenwerken met de crew.

Benjamin Renner: We trokken met het hele team naar een studio in Parijs. Een animatiefilm is het resultaat van intensief teamwork. Samen werken op één plek zorgde voor een serene sfeer.

We creëerden met z’n allen een prachtig grafisch universum. Onze animatie is ambachtelijk, handgetekend, en heel anders dan de afgelikte, ultra-realistische 3D-beelden die door veel Amerikaanse studio's worden gemaakt. Ik ben trots op het geleverde werk en moedig de mensen aan om onze film te gaan bekijken. Ik weet dat ze zich prima zullen amuseren.


… de stemmencast.

Benjamin Renner: Voor de rollen van de kuikens kozen we drie kinderen. Ze namen ’s ochtends hun stemmen op in een ontspannen sfeer. Ze speelden in alle vrolijkheid hun rol en vergaten bijna dat het om filmopnames ging. Meestal sta ik voor een stemopname stijf van de stress, maar ditmaal was het een moment van puur plezier. Het paste bij de manier waarop wij De grote boze vos hebben opgevat: als een zak snoepjes, licht, leuk, bescheiden, en ideaal om te delen met de hele familie.