Een zalig avontuur, tot papa in een rotskloof belandt. De zussen worden eropuit gestuurd om hulp te zoeken. Alleen en verdwaald in het bos ontdekken ze krachten die ze nooit in zichzelf hadden vermoed: de superkracht van ... zussen!
Billie en Vega zijn elkaars tegenpolen. In de openingsscène wordt in heerlijke bewoordingen omschreven hoe ze precies van elkaar verschillen: het gaat over Lego bouwpakketten, over handleidingen lezen en over ‘magisch inpakken’. Er klinkt lichte teleurstelling in Vega’s stem telkens ze zichzelf beschrijft als “het normale kind”. Een gesprek met de regisseur Silje Salomonse.
Salomonsen: Het was enorm belangrijk dat we van bij het begin de juiste toon te pakken hadden. In de montage kwamen we keer op keer terug op die scène. We deden minstens tien verschillende voice-overs voordat we bij de huidige versie uitkwamen.

Salomonsen: Interessante vraag. Ik denk wel dat een kind van negen jaar zijn rol in de gezinsdynamiek kan inschatten en zichzelf kan herkennen als 'normaler' of 'saaier' dan anderen.
Salomonsen: Casting is essentieel voor elke film. De personages Vega en Billie zijn geïnspireerd op twee echte meisjes, maar hun karaktereigenschappen worden in de film uitvergroot, het is tenslotte fictie. Samen met co-regisseur Arild Østin Ommundsen zijn we ook in het echte leven man en vrouw, en Vega en Billie zijn onze dochters.

Salomonsen: We hadden verwacht dat het makkelijk werken zou zijn met onze eigen kinderen. Dat was het niet! Het was een van de moeilijkste dingen die we ooit deden. Omdat de kinderen ons zo goed kennen, weten ze precies hoe ze ons rond hun vinger moeten draaien. Maar het bracht ons ook dichter bij elkaar, we genoten ervan om samen iets te creëren. Ondanks de vele frustraties was het soms ook gewoon superleuk op de set.
Salomonsen: We wilden hen leren dat het creatieve proces belangrijker is dan het uiteindelijke resultaat of het succes. Daarom was het belangrijk om ze in elk detail van dat proces te betrekken. We hopen dat ze daarvan als mensen iets hebben meegedragen, maar dat antwoord zullen we vermoedelijk pas binnen een 10-tal jaren kennen.

Salomonsen: We werken al 25 jaar samen, meestal als actrice en regisseur. De eerste 10 jaar was onze relatie strikt professioneel, maar in 2005 werden we een koppel. Bij de laatste films die we samen deden begon de grens tussen regisseur en acteur steeds meer te vervagen, en bij Zussen besloten we de regie te delen. Samen films maken is voor ons een natuurlijk proces; het is en was altijd de manier van leven in dit gezin.
Salomonsen: Ogen geven waarschijnlijk de krachtigste expressie van emoties, dus het antwoord is ja. Maar die expressiviteit is een van de meest magische dingen in het universum, dus het is moeilijk om erover te praten zonder te klinken als een rare mysticus.

Salomonsen: Alles begint bij de manier waarop kinderen naar de wereld kijken. Die fascinatie voor wat ze zien, is iets dat we soms kwijtspelen bij het opgroeien. Daarom kozen we ervoor om ons leven op die manier te leiden - we zijn nooit echt opgegroeid. Door deze film enkel met ons tweeën te maken, konden we sneller en flexibeler reageren op dingen dan wanneer we met een normale crew zouden hebben gewerkt. We wilden het juiste zintuiglijke gevoel van bv. hout, gras, insecten en natuurgeluiden overbrengen. In dit opzicht is Zussen vermoedelijk meer beïnvloed door The thin red line van Terrence Malick dan door andere kinderfilms.
Salomonsen: Niemand van ons had My neighbour Totoro gezien toen we aan Zussen begonnen. Het woord ‘Tottori’ was een verzinsel van Billie tijdens de opnames, toen haar oudere zus Vega het woord ‘papa’ moest spellen. Billie was toen nog maar vier jaar oud, ze kon nog niet lezen. Dus verzon ze zelf een woord, dat op de set een eigen leven ging leiden. Intussen hebben we met z’n allen gekeken naar de film van Miyazaki en we staan versteld van de vele parallellen met ons verhaal. Het lijkt wel magie!
![]()
Salomonsen: Best wel, maar niet in ons gezin. We waren het niet gewend om zoveel tijd in de natuur door te brengen, maar intussen vinden we het heerlijk.
Salomonsen: Billie heeft haar eigen kostuum mee ontworpen. Het moest de verbeelding van een kind weerspiegelen, dus gaf Billie aan onze kostuumontwerper een lijst met wat ze zoal wilde. Op die lijst stonden vleugels, een cape, een eenhoorn, ... ze kreeg het allemaal!

Salomonsen: Het feit dat kinderen alles als een soort spel bekijken, was heel belangrijk voor het verhaal. De grote verhaallijn was uitgeschreven, maar veel van de dialogen (vooral die van Billie) waren geïmproviseerd. Acteren wordt vaak "spelen" genoemd, iets wat kinderen altijd doen. Als je het zo bekijkt, zijn kinderen dus geboren acteurs.
Salomonsen: In veel kinderfilms zijn het uiteindelijk toch de volwassenen die het probleem oplossen, en dat wilden we absoluut vermijden. De twee meisjes moeten het allemaal zelf uitzoeken. Het feit dat elke volwassene in deze film in een gat valt of verdwaald is geraakt in een soort mentale wildernis, was cruciaal. We willen kinderen voorbereiden om het leven in eigen handen te nemen. Tegelijkertijd maken we duidelijk dat ouders sterke rolmodellen zijn voor hun kinderen en dat we elkaar uiteindelijk allemaal nodig hebben.