Frederike Migom over Binti: “Een blad papier waarop staat dat jij niet bestaat”

  • 27/03/2019
  • W Interview
  • W Productie

Het is nergens chez nous,” zegt Binti, het titelpersonage in de film van Frederike Migom. Binti en haar vader hebben geen plek die ze ‘thuis’ kunnen noemen. Niet in het kraakpand, waaruit ze hals over kop moeten vluchten. En niet in België, het land waar ze al jaren wonen zonder verblijfsvergunning. Ook al heeft vlogster Binti op haar Youtube kanaal heel wat volgers, officieel – op papier – bestaat ze niet eens.

Binti’s vlogs zijn leuke intermezzo’s die de kijker wat ademruimte gunnen in een dynamische film, een energiebom vol kleur en beweging. Net zoals het expressieve titelpersonage, dat samen met haar vader al vluchtend in huis belandt bij Elias, een ietwat introverte leeftijdsgenoot. Vanaf dan rijpt er bij Binti een plan: als ze haar vader aan Elias’ moeder kan koppelen, zijn al hun problemen van de baan.

De film begint in een kraakpand, midden in de stad. Voor velen van ons een onbekende, parallelle wereld?

Frederike Migom: Noem het liever communal housing. Veel kraakpanden zijn tegenwoordig georganiseerd. We draaiden in 123 Rue Royal, een pand dat werd gerund door een vzw die al sinds 10 jaar alternatieven biedt voor de schaarse en dure woningen in de hoofdstad, omdat iedereen recht heeft op een dak boven z’n hoofd. Helaas is het pand inmiddels teruggenomen door de eigenaars om er kantoorruimten of appartementen in te vestigen. Er bestaan heel wat zulke initiatieven in Brussel, waar er nog veel te veel leegstand is.


Regisseur Frederike Migom

Sommige mensen leven er in voortdurende angst.

Migom: In het pand waar wij draaiden, woonden niet enkel mensen zonder papieren. Lang niet iedereen verbleef er illegaal. De politie-inval in de film is gebaseerd op de actie in de Globe Aroma in Brussel vorig jaar. Heel pijnlijk, omdat zulke plekken verondersteld worden om ‘veilig’ te zijn. Mensen zonder papieren verhuizen van de ene plek naar de andere omdat ze geen vaste woonst vinden.

Wanneer Elias aan Jovial (Binti’s vader) vraagt waarom hij is weggegaan uit Congo, antwoordt hij: “Soms kun je niet anders dan weggaan.” Nogal vrijblijvend, niet?

Migom: Ik wil daar bewust geen specifiek antwoord op geven. Ik ga er van uit dat iedereen die bereid is om die lijdensweg te doorstaan, daar een goede reden voor heeft. Ik wil niet dat het publiek gaat afwegen ‘die heeft het recht om te vluchten en die niet’. Ik heb geen antwoord op de vraag waarom er zoveel mensen op de vlucht zijn, maar ik weet wel dat er eindeloos veel redenen zijn voor mensen om elders een beter leven na te jagen.


Tijdens hun vlucht komen Binti en Jovial bij Elias en zijn moeder Christine in een heel andere wereld terecht. Zij is modeontwerpster. Leuk om te filmen, zoveel kleurtjes en kleertjes?

Migom: Ook in het kraakpand is het gezellig en kleurig; dat was mijn keuze. Huizen zijn geen dankbaar decor. Telkens we draaiden bij Christine thuis moesten we diezelfde ruimte opnieuw heruitvinden. Maar die explosie van kleuren en attributen in het naaiatelier is tof. Ook in de kostuums spelen we met kleuren: Binti en Christine zijn heel kleurrijk. Elias en Jovial zijn veeleer kaki of groen… Zij verwijzen naar de natuur, terwijl Binti en Christine een meer stedelijke uitstraling hebben.

Elias’ grote passie is de ‘Red de Okapi’ club, een hopeloze eenmansonderneming. Vanwaar die okapi’s?

Migom: Ik wou heel veel elementen in de film steken, en ik heb er een heleboel weer geschrapt. Maar de okapi’s zijn gebleven! Over dat beest valt zoveel te vertellen. De zoo van Antwerpen is het centrale kweekpunt van alle okapi’s ter wereld in gevangenschap. Het dier wordt in z’n bestaan bedreigd door rebellen, stropers, het klimaat en politieke factoren. Het verhaal over hoe de okapi’s in België zijn beland, verwijst ook naar het lot van Jovial. Het zijn mysterieuze dieren die enkel in het Ituri regenwoud wonen. Congo is dus niet enkel een ver en gevaarlijk land, maar ook een prachtige plek vol natuur, cultuur, muziek… en okapi’s.

Een van de attracties van de film zijn Binti’s vlog posts. Het zijn rustpunten, zoals liedjes in een tekenfilm. Ze zijn superleuk en zien er heel geloofwaardig uit.

Migom: Voor we begonnen te draaien, heb ik veel naar Youtube gekeken en verschillende stijlen bestudeerd. Op basis daarvan draaiden we onze eigen vlogs. Ze hebben een heel andere toon dan de rest van de film. We namen ze op met een iPhone, dus de cameraman zat zonder camera en niemand wist precies waar we mee bezig waren, tot ik begon te roepen en te dirigeren. Alles on the spot. Het was ontzettend leuk om te doen.


Die vlogs dragen ondanks het ernstige thema bij tot de feel good toon van de film.

Migom: De film focust vooral op de mensen: wie zijn ze, wat doen ze? Mensen zonder papieren zijn vaak vrolijke, warme persoonlijkheden. En er is natuurlijk de muziek. Ik wou een soundtrack die 100% 2018 was, waaraan Congolese elementen werden toegevoegd. Alles moest versmelten tot één geheel. Precies wat Le Motel doet. Zijn muziek had me tijdens een optreden al omver geblazen. Bovendien gebruikt hij in zijn nummer Pygmy Juke samples van zingende pygmeeën, die net zoals de okapi’s in het Ituri regenwoud wonen. Alsof het was voorbestemd! Dat was het klankpatroon dat ik zocht voor BINTI.

Het ongelooflijk levendige gezicht van Bebel Tshiani (Binti) en haar tomeloze energie bepalen het ritme van de film. Hoe regisseer je zo’n energiebom?

Migom: Bebel is een stralend zonnetje en daarom geknipt voor deze rol. Ze acteert heel intuïtief, terwijl Mo Bakker (Elias) meer doordacht speelt. Het was een uitdaging om Bebels energieniveau op pijl te houden. Het waren zware draaidagen, de kinderen geraakten vermoeid, maar dan gingen we buiten samen wat staan schreeuwen en brullen en dan kwam die energie weer terug.

Het knettert tussen de hoofdacteurs. Ze stralen op het scherm.

Migom: De strenge regisseur spelen, dat kan ik niet. Het moest voor de kinderen zo leuk mogelijk blijven. Ik wilde dat we ons amuseerden en dat we samen aan iets moois werkten. Als de sfeer op de set soms wat heftig of intens werd, durfde ik hen vragen om een tandje bij te steken. Als ik hen voluit nodig had, dan stonden ze er ook, speciaal voor mij. Dat was zo schoon! Volgens mij voelden ze een nauwe betrokkenheid bij ons gezamenlijk project. Bebel is erg jong en had – in tegenstelling tot Mo – geen ervaring. Maar op momenten wanneer iedereen er even doorzat, konden we elkaar er altijd weer doorheen sleuren.  


Bebel en Baloji zijn ook in werkelijkheid vader en dochter.

Migom: Het duurde een hele poos voor ik besefte welk een prachtig cadeau ik daarmee in de schoot geworpen kreeg. We hebben zo’n 60 meisjes getest voor de rol van Binti en Bebel was de beste. Vader en dochter hebben elk afzonderlijk een vijftal castingrondes doorstaan. Met de kinderen heb ik enkele dagen gerepeteerd: scènes uitproberen, een sfeer vastleggen,… Elke regisseur heeft z’n eigen methode maar ik vind repeteren nuttig. Ik kom uit het theater en vind het prettig om te improviseren op een repetitie, zodat je goed voorbereid op de set komt. Met ons budget en aantal draaidagen was er weinig ruimte voor improvisatie.

Elias’ buurman speelt een aparte rol in het verhaal. Elias noemt hem minachtend ‘De Flapdrol’. Er is niets mis met De Flapdrol (behalve dat hij verliefd is op Elias’ moeder), maar toch krijgt hij in het verhaal de zwarte piet toegeschoven.

Migom: Eigenlijk is Floris (want zo heet hij) een goeie vent, heel menselijk, met een gebroken hart. Hij werkt zich uit de naad voor Christine, maar de vonk slaat niet over. Ik vond het te makkelijk om van hem een standaard bad guy te maken. Het probleem in onze maatschappij zijn niet zozeer de die hard racisten, maar de gewone mensen die niet in de gaten hebben dat hun denkpatronen ongepast zijn. Floris beseft de gevolgen van zijn daden niet. Eigenlijk is hij een beetje zielig; ik heb me bij acteur Frank Dierens vaak verontschuldigd voor wat ik hem aandeed.

Toch zijn jouw personages stuk voor stuk sterke mensen.

Migom: Ik hou van sterke figuren, zo lang ze niet te perfect zijn. Binti is de heldin, maar ze is ook een meisje van vlees en bloed met haar zwakke kantjes. Toch zijn het in de film de kinderen die voor oplossingen zorgen, terwijl de ouders maar wat blijven aanmodderen.


BINTI werd opgenomen tijdens een bloedhete zomer. Last gehad van de hitte?

Migom: Ik wou een zomerse, zonnige film, maar de goden hebben mijn gebed iets te letterlijk genomen. Het was héél warm, we hebben enorm gezweet. We draaiden scènes met 50 mensen in een klein vliegtuig waar de airconditioning niet aan mocht. Daar hebben de schminksters overuren gemaakt met zweet opdeppen. Er waren dansscènes waarvoor de kinderen bij 35° moesten rondhuppelen in kostuums. Om dan 20 takes op te nemen, moet je heel dapper zijn. Met dank aan de productie: ze zorgden voor water op de set, of gingen ijsjes halen voor de figuranten.

Die vliegtuigscènes hebben te maken met de uitwijzing van Binti en Jovial. Hoe realistisch is de procedure die je daar schetst: arrestatie, deportatie, enz.?

Migom: Ik heb research gedaan, want ik wou absoluut dat het correct was. Er bestaat geen standaard procedure; daarvoor zijn er teveel juridisch-administratieve details en uitzonderingen. De procedure zoals ik ze schets is vrij extreem, maar perfect mogelijk. Alles wat in de film gebeurt, is ook al in werkelijkheid gebeurd. Ondanks de vrolijke, romantische toon, wilden we de ernst van de zaak niet ondermijnen. We hebben niks geïdealiseerd. Veel mensen hebben me in de loop van dit project gevraagd om het einde te herbekijken. Het zag er volgens hen op papier niet geloofwaardig uit. Maar ik was zeker van mijn stuk en wou niet toegeven. Ik heb altijd aan dit einde vastgehouden. Daar ben ik nu wel fier op.

Binti maakt een indrukwekkend eindstatement: “Ik Besta!” zegt ze heel nadrukkelijk.

Migom: Ze richt zich rechtstreeks tot het publiek via haar vlog kanaal. Op Youtube kan iedereen ‘iemand zijn’. Ook al is er een blad papier waarop staat: jij bestaat niet, of althans niet in dit land. Daar claimt Binti haar plek in onze maatschappij, en ze heeft het recht om die plek op te eisen.