Zeven jaar Ket & Doc: looking forward - de jeugddocumentaire van de toekomst

30.03.2026

Heb je ambities als maker van jeugddocumentaire? Dan is het Ket & Doc-traject van VAF, Ketnet en JEF op jouw lijf geschreven. Regisseur en filmdocent Martijn Blekendaal gaf op de afgelopen Industry Talk op Jeugdfilmfestival Antwerpen bovendien een heleboel tips om jeugddocumentaires future proof te maken. Duik even mee in zijn visie.

Beleid, Documentaire, Festival
industry talk festival ket & doc

Op 19 februari 2026 blikten makers, producenten en geïnteresseerden op Jeugdfilmfestival Antwerpen terug op zeven jaar Ket & Doc. Samen dachten ze na over wat een jeugddocumentaire allemaal kan zijn. Spreker Martijn Blekendaal schreef er zelfs een manifest over, dat hij kwam toelichten. Misschien kan zijn visie helpen om de jeugddocumentaire klaar te stomen voor een nóg bloeiendere toekomst?

industry talk festival ket & doc martijn van blekendaal
industry talk festival ket & doc

Martijn Blekendaal in het kort

  • Martijn studeerde geschiedenis en werkt als regisseur, programmamaker en filmdocent.
  • Hij regisseerde de documentaires De 13de man (2013), De ietsnut (2013), De man die achter de horizon keek (2018) en The invisble ones (2025). Met De man die achter de horizon keek won hij de Kinderjuryprijs op Jeugdfilmfestival Antwerpen 2018.
  • Martijn rekt de grenzen van de jeugddocumentaire op en pleit voor meer experiment.
  • Tijdens IDFA 2021 presenteerde hij zelfs een tienpuntenmanifest, dat hij blijft aanpassen wanneer hij nieuwe inzichten krijgt.

Wat kan een jeugddocumentaire allemaal zijn?

Martijn begon zijn keynote op de Industry talk met een vraag aan het publiek: wat is een jeugddocumentaire? Er wordt volgens hem nog té vaak aangenomen dat kinderen alleen geïnteresseerd zijn in hoofdpersonages die ook kinderen zijn. Dat klopt niet, zegt hij: ‘Een jeugddocumentaire is niet per definitie een film over een kind. Het is een documentaire vóór kinderen, voor een jong publiek. En dat is een fundamenteel verschil.’

‘Als we de jeugddocumentaire naar een hoger niveau willen tillen, is het van cruciaal belang om het niet te zien als een opstapje naar documentaire voor volwassenen, maar als een volwaardig genre op zich. En een eerste stap om dat te doen, is beseffen dat elk onderwerp geschikt is voor een jong publiek. Het gaat erom wát je vertelt en op welke manier.’

Een voorbeeld: Martijn vergelijkt de documentaire Mijn woord tegen het mijne van Maasja Ooms, over mensen die stemmen horen, met de jeugddocumentaire Het uitzendbureau voor denkbeeldige vrienden van Randy Duursma. Beide films behandelen een gelijkaardig onderwerp, maar verschillen totaal in aanpak. In Mijn woord tegen het mijne laat een psychiater personen en hun stemmen aan het woord in intieme, heftige gesprekken. In Het uitzendbureau voor denkbeeldige vrienden visualiseert het hoofdpersonage haar dwanggedachten als een denkbeeldig vriendje dat als uitzendkracht werkt, in een hybride vorm met animatie-elementen. Die speelsheid is een manier om in te spelen op een jong doelpubliek.

Elk onderwerp is geschikt voor een jong publiek. Het gaat erom wát je vertelt en op welke manier.

Volgens Martijn is het de verantwoordelijkheid van makers om kinderen de rijkdom, complexiteit, diversiteit en mogelijkheden te laten zien van de wereld waarin wij leven. Dat betekent dus dat álles mogelijk als onderwerp voor een jeugddocumentaire kan dienen. Maar hoe doe je dat dan, op kindermaat?

Waaruit bestaat de jeugddocumentaire van de toekomst?

Martijn heeft een heleboel voorstellen om jeugddocumentaire future proof te maken en de grenzen van het genre op te rekken.

Een greep uit zijn tips:

  • Kies een benadering die aansluit bij de belevingswereld van kinderen (en laat je inspireren door het kind dat je zelf ooit was)

Het onderwerp van je film hoeft niet per se uit de belevingswereld van kinderen te komen, maar de benadering van dat onderwerp wel. Het uitzendbureau voor denkbeeldige vrienden is daar een sprekend voorbeeld van, maar ook Martijns eigen film The invisible ones.

‘Bij het maken van The invisible ones heb ik een aantal principes gehanteerd om een onderwerp te vertalen naar een jong publiek. In de film gaat het over mensen die zich als kind op een of andere manier onzichtbaar hebben moeten maken. Omdat ze in een oorlogssituatie zaten, omdat ze Europa binnen wilden komen, omdat ze thuis mishandeld werden, of omwille van hun gender of seksualiteit. Ik focus niet op hun tekortkomingen of zwaktes, maar op hun kracht: het vermogen om onzichtbaar te zijn. Ik beschouw dat als een superkracht, waardoor het een superheldenfilm is geworden. Die benadering sluit meteen aan bij de belevingswereld van kinderen. Het vormt de ingang.’

  • Ga voor speelsheid, licht, lucht en humor

‘Speelsheid is heel belangrijk. Dat zit in de montage, de dynamiek en het ritme van de vertelvorm die je kiest. Voor De man die achter de horizon keek, een portret van een verdwenen kunstenaar uit de seventies, gebruikte ik een mengvorm van slapstick, mysterie en verrassende montage om ook een jong publiek te boeien. Het is belangrijk om heftige momenten af te wisselen met luchtige momenten.’

  • Zoek hoofdpersonen die tot de verbeelding spreken (en dat moeten geen kinderen zijn)

‘Een van de personages uit The invisible ones is een bejaarde man die ondergedoken heeft geleefd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik heb vijftien mensen gesproken voor ik hem vond. Als je hem leert kennen, zie je in zijn ogen meteen het kind dat hij ooit was. Blijf zoeken tot je zulke mensen vindt.’

Zoals uit een ander voorbeeld van Martijn blijkt, hoeft die hoofdpersoon zelfs geen mens te zijn. Kijk maar naar de korte film Het ratje, de mens en de metro van Thomas W. Renckens waarin een rat op hilarische wijze en in Amsterdams accent commentaar geeft op hoe mensen leven.

  • Omring jezelf met mensen die je visie delen

‘Zorg ervoor dat de mensen met wie je samenwerkt, vertrouwen hebben in de soms gekke keuzes die je maakt. Want als je meer aan het experimenteren bent, maak je soms keuzes die niet iedereen begrijpt. Dus omring jezelf met mensen die jouw ambitie delen.’

  • Raadpleeg de doelgroep

‘Raadpleeg altijd je doelgroep, op allerlei manieren. Praat met kinderen, laat hen je laatste versie zien. En luister ook! Vinden ze het saai? Denk dan niet dat ze het niet begrijpen, maar pas jouw werk aan.’

  • Wees niet bang om veeleisend te zijn (pas op dat het niet kinderachtig wordt)

‘Hoe kinderachtiger je film, hoe saaier kinderen die vinden. Wees gerust veeleisend en onderschat hen niet. Het is niet alleen voor makers heel leuk om de grens op te zoeken, ook kinderen appreciëren dit.’

De Industry Talk is een samenwerking met deAuteurs, met de steun van Creative Europe MEDIA Desk Vlaanderen.

ket & doc 2026 films documentaires

En nu? Aan de slag!

Heb je zelf een idee voor een jeugddocumentaire? Dien dan een voorstel in voor het Ket & Doc-traject. Ben je geselecteerd, dan krijg je de kans om aan jouw korte documentaire te werken, met begeleiding van professionals en feedback van de doelgroep.

Fien Meynendonckx

Freelance redacteur