Monky: “Onze aap doorstond de test naast een levend exemplaar”

  • 07/06/2019
  • W Interview
  • W JEF festival
  • W Productie

In Monky vindt Frank een aapje in de tuin. En dat beest is daar niet toevallig gekomen. Regisseur Maria Blom en actrice Frida Hallgren kwamen op het JEF festival uitleggen hoe je een film maakt met een aap. Of zonder aap … ?

Op een dag ziet auteur Anders Weidemann op een school een tekening aan de muur hangen. Daarop staan een boom, een gezin, een aap, en de woorden “als ik doodga, word ik een aap.” Diezelfde dag nog schrijft hij een eerste versie van een verhaal. De elfjarige Frank ontdekt een aap in de tuin. Ondanks alle gekke streken maakt het beest een stil verdriet wakker: het gemis van Franks overleden zusje Saga. Het duurt niet lang voor Frank beseft dat Monky niet toevallig in hun tuin terecht kwam.

Tijdens hun Q&A op het JEF festival keren de Zweedse regisseur Maria Blom en actrice Frida Hallgren (die de rol van Franks moeder speelt) de rollen om. Ze leggen de kinderen zelf hun vragen voor: wat gebeurt er met mensen die doodgaan? Kunnen ze ons nog zien? Als de kinderen zelf vragen stellen, willen ze vooral weten hoe het nou zat met die aap. Wat brengen dieren teweeg bij mensen, waarvan geschoolde therapeuten slechts kunnen dromen?

Maria Blom: Dieren schenken onvoorwaardelijke liefde. Je kan alle emoties op hen projecteren. Ze zeggen niks terug, ze kijken je enkel aan. Toen ik tiener was, was onze hond het luisterend oor voor al mijn liefdesverdriet.

Frida Hallgren: Ik had een vogel die mijn naam kon zeggen en aan mijn oren knabbelde. Hij heette John Lennon. Dieren troosten je met hun aanwezigheid, en soms met het tastbare genot van hun zachte pels.

Jullie kozen geen hond, geen vogel, maar een aap! Hoe vaak heb je je dat beklaagd?

Blom: Het grootste bezwaar tegen de aap was het prijskaartje. Maar toen de technologie zich de voorbije jaren snel ontwikkelde, kregen we plots de mogelijkheid om de aap volledig in CGI te doen.

Was er nooit, op geen enkel moment een echte aap op de set?

Blom: Nooit. Behalve bij een scène in de dierentuin. Daar waren we bang voor: naast een echte aap kon het publiek in de gaten krijgen hoe fake de CGI was. Maar onze aap doorstond glansrijk de test naast een levend exemplaar.

Frida Hallgren: Hij zag er zelfs nog echter uit. Vooral zijn vacht was fascinerend. Elk haartje werd afzonderlijk gemodelleerd. Je kan de wind er doorheen zien blazen.

Hoe gingen jullie precies te werk met die apenscènes?

Hallgren: We werkten in drie fasen. Eerst speelde een mime actrice alle apenscènes na op de set. Daarna deden we een take met een pop, om het tempo van de actie correct in te schatten - gibbons zijn razendsnel. En tenslotte filmden we de scène enkel met de acteurs.

Blom: Na elke opname maakte een machine een 360° scan van de set. Allerlei variabelen werden opgeladen in een computer, die de motion capture voorbereide. Al die technische details waren heel tijdrovend. Daardoor duurde het vier jaar voor de film klaar was.

En de apengeluiden?

Blom: Dat was mijn zevenjarige dochter. We namen haar mee naar de studio en legden een archief van apengeluiden aan met verschillende emoties: blije aap, boze aap, bange aap … Het kostte de sound designer nog twee weken om bij elk beeld de juiste klank te vinden. Arme man!


MONKY vertelt over een rouwend kind dat in de schaduw van zijn overleden zusje staat.

Blom: Toen ik het script de eerste keer las, zat ik in de trein en de tranen rolden over m’n gezicht. Dit was een verhaal dat ik absoluut wilde vertellen! De auteur verloor als kind ook een zusje en herinnerde zich nog goed hoe alle mensen zeiden: “Het leven gaat voort.”

Wat jullie in de film vertalen als “iemand nog een kopje chocolademelk?”

Blom: In Franks aanwezigheid proberen zijn ouders te doen alsof er niks aan de hand is.

Hallgren: Mensen weten niet hoe ze moeten rouwen, ze willen dat alles bij het oude blijft. We hebben veel gehuild op de set. En dan keek Julius (die de rol van Frank speelt) ons aan zoals een kind kijkt wanneer het z’n ouders ziet huilen. Het voelde allemaal heel authentiek.

Rouwen doe je samen?

Hallgren: Mijn advies is: deel je verdriet met anderen. Vaak koesteren mensen hun eenzaamheid: “Laat me alleen met mijn herinneringen. Ik wil mijn verdriet helemaal voor mezelf.” Maar het is zo belangrijk om erover te praten!

Blom: In andere culturen heeft men zoveel betere manieren gevonden om met de dood om te gaan. Je kan bij het lichaam van de overledene zitten, je kan ermee praten, er naar schreeuwen, maar het enige wat wij zeggen is: “Het leven gaat voort.” Toen Monky in Zweden uitkwam, mochten we niet openlijk over het thema praten. Nadien kregen we geweldige reacties van mensen die zelf zo’n tragedie hadden meegemaakt. Maar anderen eisten hun geld terug want “niemand had ons gezegd dat de film over de dood ging!” We zagen hoe ouders hun kinderen probeerden te beschermen tegen de emotionele impact van de film. Maar de kinderen hadden er geen problemen mee. Ze vonden het spannend om hun ouders te zien huilen.

Je introduceert Saga in de eerste 10 minuten van de film, en dan komt ze niet meer terug. In die eerste minuten moest ze een blijvende indruk maken.

Blom: Daarvoor hadden we de juiste actrice nodig. Ik had één belangrijke voorwaarde: het meisje moest blauw-groene ogen hebben, zoals van een aap. Alle meisjes in de casting hadden bruine ogen. Op een ochtend zie ik in de hal van mijn kantoor een kleine meisje met verwarde haren zitten. Toen ze opkeek, staarde ik recht in een stel blauw-groene ogen. Ik vertelde dat ik een film aan het maken was over een aap, een jongen en zijn zusje. “Mag ik dat zusje zijn?” Zo kwam Matilda Forss Lindström in Monky terecht. Met haar bijzondere energie maakt ze meteen een indruk die gedurende de hele film overeind blijft.


Het huis waar jullie filmden is een bijzondere locatie.

Blom: De eigenaar ging het verkopen. Hij zat ongedurig te wachten op de première zodat hij het eindelijk te koop kon zetten. En hij mocht een hele zomer lang het gras niet maaien, want dat zou niet mooi zijn als het er te netjes bij lag. Onze DoP was heel pietluttig over de lengte van het gras! We moesten het letterlijk borstelen tot het de juiste look had.

Spijtig dat er zulke idiote buren bij horen.

Blom: Onze production designer kocht een hele reeks velours trainingspakken in elke denkbare kleur. Voor elke scène kozen we voor hen de geschikte kleur.

Je nam wel een risico met de titel. Je wist dat honderden mensen je zouden komen vragen: wist je dat er een schrijffout in staat?

Blom: Dat is precies wat er gebeurde. Maar Saga heeft die naam zelf gekozen. Monky is geen aap, het is een naam.

Gert Hermans