Los Bando: digitale auto’s in digitaal water gooien

  • 13/02/2019
  • W Interview
  • W JEF festival

Het grote moment is aangebroken voor Los Bando, de rockband van boezemvrienden Aksel (Jakob Dyrud) en Grim (Tage Johansen Hogness): ze mogen meedoen aan de nationale muziekwedstrijd. Maar hoe geraken ze op de finale, die aan de andere kant van het land wordt gehouden? En wie durft Aksel vertellen dat hij eigenlijk niet kan zingen? Ze vertrekken op een tocht dwars door Noorwegen met een debuterend rally piloot achter het stuur en een piepjonge celliste als passagier.

In Los Bando, de hilarische Noorse roadmovie van regisseur Christian Lo, zetten twee vrienden alles op het spel om hun droom waar te maken. Dit is het soort van film waarbij je moeilijk op je stoel kan blijven zitten. In elke festivalvertoning zie je het publiek juichend rechtveren telkens wanneer de band weer eens moet ontsnappen uit de handen van politie of bezorgde ouders. En in elke bioscoop dromen wel een paar kinderen bij het verlaten van de zaal van een gitaar of drumstel om enthousiast op te rammen. Dat is binnenkort ongetwijfeld ook het geval op de opening van het JEF festival.


Aksel draagt een T-shirt waarop staat “music is my religion”.

Christian Lo: Dat past bij zijn personage en eigenlijk ook bij mezelf. Als tiener speelde ik in een band. Muziek maken heeft mij evenzeer gevormd als alles wat ik leerde aan de filmschool. De dynamiek en dramaturgie van goede muziek zijn waarschijnlijk dezelfde als van een goede film, en spelen in een band voelt net zoals deel uitmaken van een film crew.

Tage Johansen Hogness: Muziek is heel belangrijk voor mij, maar ‘een religie’ vind ik wat overdreven.

Jakob Dyrud: Mijn vader is muzikant en van kinds af aan was er altijd muziek in huis. Maar tegenwoordig ben ik meer bezig met acteren dan met muziek spelen.

Jullie spelen zelf?

Johansen: Ik speel gitaar, maar in de film ben ik een drummer. En Jakob, die eigenlijk drummer is, speelt in de film een gitarist.


De film is duidelijk gemaakt door iemand die weet hoe fijn het is om in een band te spelen.

Lo: Scenarist Arild Tryggestad wou een roadmovie maken en ik droomde van een film over een band. Die twee ideeën kwamen samen in Los Bando. Arild bedacht vier personages met hun eigen problematiek en ik vertelde anekdotes over de tijd dat ik zelf in een band speelde - net zoals Los Bando werden wij geselecteerd voor de nationale rock wedstrijd. Het nummer “Kill, death, destroy” uit de film stond op onze eerste demo.

Jakob, jouw personage heeft een manisch trekje dat ik zou omschrijven als  ‘hyper enthousiasme’.

Dyrud: Klopt! Aksel is een geobsedeerd idioot zonder zelfkennis. Hij vindt zichzelf het beste wat de mensheid te bieden heeft. Zo’n uitzinnig personage spelen is uitputtend, want je moet de hele tijd uit je dak gaan - aan het einde van de dag moet je nog even uitbundig klinken als bij het begin. Het was een moeilijke rol om van mij af te zetten.

En Tilda? Wanneer zij Aksel voor het eerst hoort zingen, zijn we getuige van een prachtig staaltje non-verbaal acteren.

Lo: Tilda spreekt vooral met haar ogen. Ze heeft weinig dialogen. Ze straalt een grote innerlijke kracht uit, hoewel je aldoor beseft dat ze diep vanbinnen een eenzaam, gekweld meisje is.

Is zij de publiekslieveling?

Lo: Elk bandlid heeft z’n eigen fans, ze spreken allemaal een andere leeftijdsgroep aan. Met vier hoofdpersonages is het eigenlijk een ensemble film.


Was het moeilijk om er een echt team van te maken?

Lo: Integendeel. Ze werkten enorm goed samen, waarbij de oudsten heel goed zorgden voor de jongeren. De sfeer op de set was heel positief. Die energie voel je in de film. Zelfs de acteurs in bijrollen konden ervan meegenieten.

Je bedoelt: al die geschifte personages die ze onderweg tegenkomen?

Lo: Zoals de religieuze fanaticus die rondrijdt in een busje met de slogan ‘God has no speed limit’ en worstelt met een agressieprobleem.  

Dyrud: Of die gestoorde bruid. Actrice Vera Vitali leek heel normaal. Maar toen we die scène opnamen, veranderde ze in een uitzinnig krijsend monster. Ze werd helemaal gek.

Je hebt de troeven van het Noorse landschap en wegennet ten volle benut.

Lo: Net zoals in Little Miss Sunshine wilden we een soort parallel universum creëren. We legden onszelf strikte stijlregels op en lieten ons inspireren door klassieke car chase films zoals Smokey and the bandit en The Blues Brothers. Daar kwam enig stuntwerk bij kijken.

Johansen: De coolste scene was toen we vol gas moesten rijden met een truck naast ons waarop een cameraman stond. Jonas mocht zelf rijden en dat vond hij waanzinnig.

Lo: En we moesten de juiste brug vinden voor onze ultieme stunt.

Was dat een echte brug?

Lo: Ja, maar sommige stukken werden met de computer bewerkt. De zinkende politiewagen is een studiosimulatie. Ze gooiden een CGI auto in digitaal water en berekenden hoeveel tijd die nodig had om te zinken. Ik werk altijd samen met de beste Noorse sound designer en wat hij deed voor die autoachtervolging is briljant.


Los Bando brengt ode aan de Noorse rockscène, met o.a. Hank von Helvete (Turbonegro) in de rol van The Hammer.

Lo: Hij is een beroemdheid in Noorwegen en een fijne kerel. Goeie muziek presenteren aan het jonge publiek was mijn bescheiden extra doel bij deze film. Als tiener reisde ik vanuit de vallei waar ik opgroeide naar Oslo om Motorpsycho te zien. Het was mijn eerste rockconcert. Nu krijgt een song van Motorpsycho een rol in het verhaal. Van alle Noorse bands waren zijn waarschijnlijk het meest bekend in de internationale indie-scene.

Hoe zit het in werkelijkheid met jouw zangtalent?

Johansen: Dat is een geheim dat nooit onthuld zal worden...

Dyrud: Ik ben geen natuurtalent, maar ik ben ook niet zo slecht als in de film. Het is best moeilijk om vals te zingen op zo’n manier dat het publiek de echte melodie er toch nog doorheen kon horen. De meeste zanglijnen werden achteraf opgenomen, behalve mijn song aan het kampvuur. Dat was een live opname en een van de lolligste momenten op de set. Iedereen stond te gieren.


In die feel good komedie zit toch een verhaallijn verborgen over eenzaamheid en over de verantwoordelijkheden van het ouderschap.

Lo: Volgens mij dragen de beste komedies altijd een zekere melancholie in zich. Alle onze personages worstelen met problemen die meestal door hun ouders worden veroorzaakt. Grims ouders slagen er niet in hun echtscheiding op een volwassen manier af te handelen. Martin moet de dromen van zijn vader waarmaken. En Tilda staat er vaak alleen voor. Bij haar thuis hangt er een briefje: ‘je eten staat in de ijskast’.

Je hebt je film werkelijk volgepropt met ingrediënten om je publiek te plezieren:

humor, muziek, achtervolgingen, maffe personages,...?

Lo: Scandinavische films - en kinderfilms in ‘t algemeen - zijn vaak zo donker. Ik wilde een levendige, lichte film maken over de verlangens van jonge mensen: je dromen najagen, vriendschap, en hoe belangrijk het is om iemand te hebben om dingen mee te delen.