Jonathan Elbers over De club van lelijke kinderen

  • 07/04/2020
  • W Interview
  • W Productie

“Alle speeches zijn gejat van leiders die momenteel aan de macht zijn”

 

Hou het schoon!” De slogan van President Isimo gaat niet enkel over de straten, maar ook over de bewoners. Al wie niet past in zijn perfecte plaatje, wordt afgevoerd. Net zoals Paul en sommige van zijn ‘lelijke’ klasgenoten. Paul ontsnapt en gaat ondergronds met zijn rebellenclub, die uitgroeit tot een nationale opstand. Dystopische science fiction is niet het meest populaire genre voor jeugdfilms. Wie De club van lelijke kinderen ziet, kan zich afvragen waarom.

Zeven jaar geleden draaide je een korte afstudeerfilm, die je nu tot een langspeelfilm herwerkte. De jongste jaren werd het idee achter de film steeds actueler.

Jonathan Elbers: Mijn afstudeerfilm was een parodie, een knipoog – ik creëerde een soort kinderlijke versie van Noord-Korea. Inmiddels kwam er in de VS een rare man aan de macht en evolueerden de regimes in o.a. Rusland en Turkije. Populisme en dictatuur zijn in Europa van heel dichtsbij voelbaar. De werkelijkheid heeft ons ingehaald. Alle speeches van President Isimo citeren letterlijk de woorden van Trump, Erdogan, Poetin, enz. We hebben er onze eigen notie van mooi-versus-lelijk aan toegevoegd, maar de woorden zijn allemaal gejat van leiders die momenteel aan de macht zijn. Zelfs de grootste dictator verpakt zijn boodschap vandaag als een prachtig cadeau.


Ook het schoonheidsideaal wordt steeds verstikkender.

Elbers: De publieke opinie heeft zich echt op dat thema gestort. We stuurden een call uit: ‘Club van lelijke kinderen zoekt lelijke kinderen’ en meteen kwam er een stroom verontwaardigde reacties op gang: “Er bestaat niet zoiets als lelijke kinderen!” Oh nee? Dan moet je mijn foto’s van de middelbare school eens zien, met mijn beugelbekkie en mijn nerdy bril. En als we een film hadden gemaakt over De club van mooie kinderen? Was er dan een probleem geweest? Maak je dan geen onderscheid? Ik maak ook commercials. Die castings zijn een ware vleeskeuring, mensen worden er doorgestuurd omdat ze een verkeerd oorlelletje hebben. Schoonheid is een obsessie, ook op Instagram, Tindr, e.d., maar onze slogan was: iedereen is lelijk op z’n eigen manier.

 

Alsof er werkelijk een definitie bestaat van wie mooi of lelijk is.

Elbers: We hebben heus niet zo’n rare kinderen gecast, de meesten zagen er heel gewoon uit. We legden hen uit dat het niet mocht voelen alsof ze echt lelijk waren. Alle acteurs waren trots om mee te doen. Die ‘club van lelijke kinderen’ is eigenlijk een geuzennaam, een eretitel voor wie zich durft verzetten.

Wisten ze bij de casting waar ze aan begonnen?

Elbers: Ruim 3000 kinderen stuurden een filmpje in, waarin ze vaak meteen vertelden wat ze lelijk vonden aan zichzelf: een moedervlek, een raar vingerkootje,… Uiteindelijk is iedereen wel eens onzeker over zijn uiterlijk. Sommige kandidaten werden ook werkelijk gepest, zoals de roodharige jongen die bij de opstand uitgroeit tot een aanvoerder. Hij heeft zijn negatieve ervaringen omgezet in iets positiefs – dat vind ik zo dapper! 

 

Dit is een alles behalve vrijblijvende film.

Elbers: Er worden in Nederland zoveel films gemaakt over een school op een dijkje in een dorp. Bij ons mocht het wat strakker, een Stranger things voor jongeren als het ware. Maar eigenlijk is het gewoon een good versus bad verhaal. Kinderen van zes jaar pikken die extra laag in het verhaal niet op. Voor hen is De club van lelijke kinderen een spannende avonturenfilm vol achtervolgingen. Maar oudere kinderen begrijpen vaak wel de referenties naar WOII en naar regimes waar je niet mag zijn wie je bent.

Dat wordt van bij het begin duidelijk.

Elbers: De openingsscène met de pasfoto’s doet je maag krimpen. In dit regime heeft iedereen zijn persoonlijke vrijheid ingeruild voor welvaart en efficiëntie. Iedereen moet eruit zien zoals President Isimo dat wil, een afwijkend uiterlijk wordt niet getolereerd. Die boodschap wordt via liedjes, billboards en sociale media gecommuniceerd. Dat maken kinderen in onze wereld via YouTube en Instagram dagelijks mee.

 

Daarom is het design van de film grijs en strak.

Elbers: We zochten in Nederland naar grijze gebouwen waaruit we elk spoor van gezelligheid weghaalden en via visual effects extra grijs toevoegden. Het spectaculaire decor voor de finale vonden we in Duisburg-Nord, een gebied vol verlaten industriële complexen. Voor het stuntteam was het een speeltuin, voor mij iets minder, maar al die stunts hebben me (tijdelijk) van mijn hoogtevrees afgeholpen.

Zo wordt de oorlog in de film ook een beetje een kleurenoorlog.

Elbers: Grijs staat voor ‘niet mogen zijn wie je wil zijn’. Pas bij de opstand komt er kleur op straat. In de verfwinkel waar de opstandelingen onderduiken, kan je enkel witte, zwarte, grijze en rode verf kopen. Maar in de kelder vinden ze een oase van kleur en gezelligheid. 

De acteurs dragen uniformen.

Elbers: Binnen dat uniform zochten we naar een soort eigenheid. Overhemden hebben bij ons een rits, wat je normaal nooit ziet. De hoofdpersonages kregen in hun kleding een opvallend detail mee, zoals een rood randje.

 

Hoe reageren volwassenen op de film?

Elbers: Heftig. Zo’n scène waarin kinderen in een container worden afgevoerd, heeft voor hen een heel andere lading. Net zoals de scène met de nieuwslezer die twijfelt of hij het werkelijke verhaal durft brengen. Het journaal verandert steeds meer in een staatsjournaal en de nieuwslezer moet beslissen of hij in opstand durft komen. Eerst moet hij de president aankondigen, vervolgens moet hij zijn vrouw en dochter aanklagen en tenslotte zijn zoon een terrorist noemen. Zijn grens schuift steeds verder op.

Er zit een aantal massascènes in de film. Hoe hield je die meute in de hand?

Elbers: De grote opstand filmden we op de eerste draaidag! Ik had de figuranten gevraagd om spandoeken te maken en er kleurig uit te zien. Toen ze op de set toekwamen, werd ik emotioneel, ze hadden zoveel moeite gedaan! Theaterdocenten repeteerden de scènes vooraf met de kinderen. Dat zie je aan de close-ups: dit zijn geen pionnetjes die snel een figuratieopdracht afhandelen, ze denken echt mee met het verhaal. Dat beviel me enorm.

 

De naam President Isimo bekt wel lekker.

Elbers: Het komt van ‘Generalissimo’. In het boek gaat het over koninginnen en generaals, maar omdat we dicht bij een hedendaagse dictatuur wilden blijven, werd het bij ons een president.