Festivalinterviews: At eye level

  • 19/01/2018
  • W JEF festival
  • W Interview

Pak een biertje uit de ijskast

Short people have grubby little fingers and dirty little minds.” Randy Newman schilderde geen fraai beeld in zijn liedje ‘Short People’, maar hij gebruikte wel de juiste terminologie. “Kleine mensen houden er niet van om ‘dwerg’ genoemd te worden,” zegt regisseur Evi Goldbrunner. “Toch is er één moment in de film waarop Tom het woord zelf gebruikt: in een bar, dronken, gefrustreerd en vol zelfbeklag.” At eye level was wereldwijd te zien op zo’n 100 festivals, kreeg een Lola Award voor Beste Duitse Kinderfilm van het jaar, en is de eerste kinderfilm die ooit op de Duitse shortlist voor de Oscars belandde.

Michi (11 jaar) leeft in een opvanghuis en moet er knokken om overeind te blijven. Wanneer hij op een dag het adres van zijn vader bemachtigt, gaat hij dromen van een betere toekomst. Tot hij ontdekt dat zijn vader Tom geen ‘grote, sterke held’ is, maar een kleine man, een dwerg. Michi vindt het idee onverdraaglijk en vlucht uit het weeshuis. Maar nu hij nergens heen kan, vraagt hij Tom om onderdak. Terwijl Michi worstelt met zijn schaamte en Tom ontdekt wat het vaderschap inhoudt, wordt hun band zwaar op de proef gesteld.

Wanneer Michi’s vader  voor het eerst op bezoek komt, reageren de kinderen in het weeshuis niet bepaald zachtzinnig.

Joachim Dollhopf: Met dat soort brutaliteit krijgen kleine mensen permanent te maken. Tijdens de research interviews vertelde een man dat hij ooit een dixi toilet in ging. Omstanders begonnen met de cabine te schudden, gooiden ze omver en gingen er op springen. De aanwezigheid van kleine mensen veroorzaakt soms vreemde reacties.

In de film zie je ook de alomtegenwoordige starende blikken: op de bus, in een café,... overal!

Goldbrunner: Een man biechtte me op: “telkens ik de deur uitga, is een nieuwe ‘coming out’.” Je kunt je gestalte onmogelijk verbergen. Maar het is voor andere mensen ook moeilijk om correct te reageren. Je mag niet staren, maar je mag ook niet negeren. De situatie is voor beide partijen ongemakkelijk.


En er is de verleiding om domme grappen te maken. Vermoedelijk zelfs op de set.

Dollhopf: Grappen waren toegestaan! Omdat onze hoofdacteur Jordan Prentice stevig in z’n schoenen staat. Hij is een succesvol acteur (o.a. In Bruges en naast Julia Roberts in Mirror Mirror) en heeft genoeg zelfvertrouwen.

Goldbrunner: Aanvankelijk wist de crew niet hoe zich te gedragen. Moesten we Jordan ‘verwennen’ of net niet? Tot Jordan ons vertelde over zijn favoriete compliment: wanneer hij bij vrienden op bezoek is en ze roepen dat hij ‘zelf een biertje uit de ijskast mag pakken’. En het bier staat altijd op het bovenste schap, dus zijn ze vergeten dat hij klein is.

Hoe klikte het tussen beide hoofdacteurs op de set?

Goldbrunner: Jordan is Canadees, hij acteerde in het Engels en werd gedubd in het Duits. Luis Vorbach (Michi) sprak geen woord Engels, dus moesten ze andere manieren vinden om te communiceren. Dat was een risico, maar ze deden het allebei schitterend. Luis was een zonnestraaltje op de set, hij werd door iedereen vertroeteld. Terwijl Jordan een rol speelde die dicht bij zijn werkelijke leven stond. Dat was voor hem soms een moeilijk proces.


Michi is een kind verscheurd door twijfel. Luis acteert heel introvert en onderhuids.

Dollhopf: In het werkelijke leven is Luis heel wild en energiek. Het soort van jongen dat altijd vuile vingernagels heeft van het buiten spelen. Maar hij begreep precies wat er van hem werd verwacht.

Goldbrunner: Volgens het script is Michi 11 jaar oud, dus het was heel verrassend dat we kozen voor een acteur van 9 jaar - meestal is het omgekeerd. Zijn talent staat buiten kijf.

In één scène trasht Michi in een woede-uitbarsting Toms appartement. Zijn personage verandert van extreem ingehouden in extreem gewelddadig.

Goldbrunner: Die deur lag echt aan barrels. Luis had lang uitgekeken naar die scène. Ze stond dicht bij de impulsiviteit die hij in zich draagt, dus we zeiden gewoon: ga je gang en slaag alles stuk.

Het publiek kan Michi’s emotionele evolutie vrij makkelijk begrijpen. Maar Tom heeft soms dialogen met volwassen vrienden nodig om zijn standpunt te verwoorden.

Goldbrunner: We wilden dat Tom z’n eigen verhaallijn kreeg, die door kinderen verrassend makkelijk wordt begrepen. Ze weten hoe het voelt om klein en hulpeloos te zijn. Zo krijgt de film twee evenwaardige hoofdpersonages. In al onze films spelen buitenstaanders de hoofdrol. We zochten een evenwicht: At eye level moest zowel empatisch als realistisch zijn.


Tom zit in een roeiteam. Is dat gebruikelijk?

Goldbrunner: Er wordt wel vaker gekozen voor een lichtgewicht als stuurman. Kleine mensen hebben sportief weinig mogelijkheden, afhankelijk van het specifieke type dwerggroei. In Duitsland hebben we een kleine gewichtheffer, en in de VS is er naar verluid een kleine basketbalspeler die al z’n tegenstanders dol dribbelt.

Jullie maakten deze film samen, als koppel.

Dollhopf: Het belangrijkste is dat je dezelfde film aan het maken bent en niet elk een ander idee voor ogen hebt. Samen het verhaal ontwikkelen is een goeie garantie dat je dezelfde visie deelt.


Een film van Evi Goldbrunner & Joachim Dollhopf, Duitsland, Nederlands ondertiteld, 99 min, 2017