Circus zonder tent: kauwgom in de piste

  • 03/07/2020
  • W Interview
  • W JEF festival
  • W Participatie

In Circus zonder tent trekken Romy en Quintin een zomer lang naar een pretpark. Niet om er te ravotten, maar om er elke dag samen met hun ouders circusvoorstellingen op te voeren. Tijdens de première op het JEF festival bestookte het jonge publiek regisseur Nina Landau met hun vragen.

Heb jij iets met het circus?

Nina Landau: Een van mijn lievelingsboeken als kind was ‘Tiny gaat naar het circus’. Daar droomde ik graag bij weg dat ik zelf een slangenmeisje of een acrobate zou worden in zo’n prachtig kostuum. Dus toen ik iets voor kinderen ging maken, dacht ik: waarom niet over het circus?


Hoe kreeg dit verhaal vorm?

Landau: Toen ik op zoek ging naar Vlaamse kinderen die meewerkten in een circus, bleken er maar heel weinig te zijn. Zo kwam ik dit gezin op het spoor. Ik had steeds zo’n circus met een grote tent in gedachten, dus vond ik het jammer dat deze familie geen eigen tent had. Tot ik besefte dat die tent de rode draad doorheen het verhaal kon worden.

Zullen ze die droomtent ooit krijgen?

Landau: Het is de droom van de hele familie. Ze zullen er wel een spaarpot voor moeten aanleggen, want zo’n tent is onwaarschijnlijk duur.


Vertel eens wat meer over de manier waarop die kinderen leven?

Landau: Ze zijn afhankelijk van waar het circus naartoe trekt. De film werd opgenomen in het Franse Le Parc de la Vallée, binnenkort vertrekken ze naar een pretpark in de buurt van Parijs. Tussendoor verbleven ze in België en dan gingen de kinderen hier naar school. Als ze in Frankrijk zijn, krijgen ze les via Skype.

Hoe was het om te filmen in zo’n leeg pretpark?

Landau: Soms een beetje akelig. ’s Avonds is het er leeg en er brandt geen licht, dan hadden we een zaklamp nodig om de uitgang te vinden. Maar voor Romy en Quintin is het leuk om na sluitingstijd op de attracties te gaan, zonder wachtrijen.


We leren Romy beter kennen via de brieven die ze schrijft aan haar klasgenoten. Was dat jouw idee?

Landau: Toen ik Romy’s afscheid ging filmen, had een van haar vriendinnen een brief geschreven uit naam van de hele klas. Met dat idee gingen we aan de slag. Ik heb veel met Romy gepraat en op basis van die interviews schreven we samen een brief. Die heeft ze voorgelezen in de geluidsstudio.

Werken ze zelf eigenlijk graag in het circus?

Landau: Ze doen het al sinds ze nog heel klein waren. Ze zijn het gewend, net zoals alle kinderen die in het circus geboren worden. Maar wat zullen ze beslissen wanneer ze ouder worden? Misschien blijven ze in het circus werken, net zoals hun ouders, of misschien willen ze iets anders doen. Romy zegt alvast dat ze optreden heel fijn vindt: de trucs aanleren en uitvoeren, het applaus, … Maar er zijn ook momenten dat ze er minder zin in heeft. Trouwens, hoe lang zullen er nog circussen blijven bestaan? Ik vroeg het aan Romy’s ouders Jeannot en Tamara en zij waren er van overtuigd: zo lang er kinderen zijn, zal het circus blijven bestaan. 


Mochten de kinderen zelf beslissen wat er gefilmd werd?

Landau: Ik gaf hen de kans om het te zeggen als er iets was waar ze zich niet lekker bij voelden, maar dat deden ze nooit. Blijkbaar voelden ze zich op hun gemak.

Waarom had Romy altijd kauwgom in haar mond?

Landau: Ik wil de dingen filmen zoals ze echt zijn. Mocht ik haar gevraagd hebben om die kauwgom uit te spuwen, dan had ik een gekuiste versie van de werkelijkheid getoond. Van mij mocht ze rustig verder kauwen, zelfs met haar mond open.


Wat zou jij ervan vinden als jouw kind later bij het circus wil gaan?

Landau: Dan zou ik hem eerst deze film laten zien om te begrijpen dat er leuke en minder leuke kanten zijn aan het circusleven. Je moet hard werken, altijd oefenen en soms moet je ook je vrienden een lange tijd missen. Je moet het echt heel graag doen om hier je beroep van te maken.

Op verschillende momenten zagen de kleuren er anders uit.

Landau: Dat is een bewuste keuze. Kleuren bepalen mee hoe je een film aanvoelt. Op momenten dat het regende, maakten we de kleuren wat donkerder. Zo versterkten we het gevoel dat het niet alle dagen feest is in het circus en dat er ook momenten zijn waarop Romy het niet zo leuk vindt om op te treden.